Met minder arbeid evenveel werk verzetten, is dat de toekomst?

Bij de opkomst van innoverende ontwikkelingenzoals big data, het internet-of-things en artificiële intelligentie werd een sterke toename van de productiviteit beloofd. In werkelijkheid blijkt die impact echter tussen de verschillende economische sectoren belangrijke variaties te vertonen. Dat blijkt uit een rapport van wetenschappers aan de Aalto Universiteit in Finland, die erop wijzen dat ook digitaal minder vooruitstrevende industrieën inspanningen moeten doen om prestaties terzake op te drijven.
Digitalisering zal volgens de onderzoekers immers cruciaal zijn om welzijn en welvaart te kunnen blijven ondersteunen.

Verschillen

‘De productiviteit van de Finse industrie is het voorbije decennium met 22 procent verbeterd,’ erkent onderzoeksleider Heikki Ailisto, professor kunstmatige intelligentie aan het VTT Technical Research Center of Finland. ‘Achter dat cijfer gaan echter grote verschillen schuil.’
‘De sectoren van machinebouw en uitrusting hebben in tien jaar tijd slechts 4 procent aan productiviteit gewonnen. In de bouwindustrie was er sprake van een toename met 8 procent. Anderzijds konden de financiële sector en de verzekeringsindustrie een groei met 35 procent melden. Bij informatica en communicatie is er zelfs sprake van een winst met 38 procent. Maar ook binnen de individuele sectoren kunnen tussen de bedrijven grote verschillen optreden.’
Er zijn volgens de onderzoekers logische verklaringen tussen het verschil in impact. ‘Informatica, communicatie en financiën zijn pioniers in het gebruik van digitalisering die hun productiviteit hebben kunnen verhogen,’ voeren de onderzoekers aan. ‘Bankactiviteiten kunnen immers gemakkelijker worden gedigitaliseerd dan een bouwwerf.’

Concurrentievermogen

Een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) wijst erop dat informatica en financiën op het gebied van algemene digitalisering het verst zijn gevorderd. De inzet van digitalisering is in deze sectoren ook essentieel voor het concurrentievermogen. Deze sectoren kennen een sterke internationale organisatie, waarin de buitenlandse concurrentie vaak digitalisering als instrument gebruikt om marktaandeel te winnen.
De bouwsector en de machinebouw kunnen moeilijk als pioniers in digitalisering worden bestempeld, ook al maken vele bedrijven in deze sectoren inmiddels ook van bijzonder innoverende technologieën gebruik. In het rapport van de Oeso wordt vooral de bouwsector als een activiteit met een beperkte digitalisering omschreven.
‘De bouw is een typische binnenlandse sector waarin de internationale concurrentie geen druk uitoefent om de efficiëntie te verhogen,’ aldus de studie. ‘De loonkosten in de arbeidsintensieve bouwsector zijn beïnvloed door de intrede van goedkope buitenlandse arbeidskrachten, waardoor de eis aan een hoger productiviteitsniveau minder zwaar is geworden.’

Welzijn

De onderzoekers erkennen dat ook een uitbreiding van de arbeidsmarkt – onder meer door een opvoering van de tewerkstellingsgraad of immigratie – een positieve impact kan hebben op het bruto binnenlandse product. ‘Maar de impact van dergelijke ingrepen zou toch relatief beperkt blijven,’ voeren ze aan. ‘Onder meer zal de toename van de arbeidsparticipatie vooral kunnen worden vastgesteld in sectoren met een lagere productiviteit.’
‘De ontwikkeling van het welzijn en de welvaart zal daarentegen vooral afhangen van het vermogen van de industrie en andere sectoren om met minder arbeid – vooral naarmate de bevolking vergrijst – evenveel werk te verzetten,’ zeggen de onderzoekers.
‘Een verhoging van de arbeidsproductiviteit is dan ook een noodzaak. Dat kan gebeuren door aan het geleverde product – een goed of een dienst – een hogere waarde te bezorgen of door een verbetering van een productie-efficiëntie. Op beide facetten kan digitalisering een belangrijke impact hebben.’

Bron: BusinessAM – Marc Horckmans – 31/01/2021